Een muurtje van gestapelde stenen of oude dakpannen is voor veel insecten een goede plek voor het bouwen van een nest of als schuil- en overwinteringsplaats.
Soms worden er speciaal gaten in stenen geboord die door insecten als nest kunnen worden gebruikt. Men neemt daarvoor bij voorkeur stenen van verschillende samenstelling, waaronder mergelstenen. Ook houtblokken met gaten erin geboord en rietstengels kunnen dienstdoen. De diverse onderdelen van een insectenhotel trekken verschillende soorten.
Solitaire bijen en hommels
Solitaire bijen, wespen en hommels leven niet in een staat zoals de honingbij met een koningin. Er zijn zowel mannetjes als vrouwtjes. Een bevrucht vrouwtje maakt een nestplaats in hout of steen (zoals de behangersbij en de muurwesp), maar er bestaan ook soorten die een hol in de grond maken (zandbij, graafwesp).
Het meest voorkomende bijenhotel is toch wel de stronk of afgezaagde plak van de stronk van een (dode) boom, waarin gaten geboord worden van verschillende groottes (bijvoorbeeld 2, 4, 6 en 8 millimeter) op ongeveer enkele centimeters van elkaar vandaan, om de verscheidene bijen mee aan te trekken. De gaten staan schuin omhoog opdat er geen regenwater in kan komen. Steenblokken worden ook voor dit doel gebruikt. De gaten dienen lang te zijn en dus wordt gebruikgemaakt van heel de lengte van de boor, echter niet volledig doorgeboord waardoor aan de andere zijde een tweede uitgang zou ontstaan. Ook mogen de gaten en het betredingsoppervlak niet ruw zijn door bijvoorbeeld splinters, maar liefst geschuurd. De beste locatie is op een warme en beschutte plaats, zoals onder een gevel of haag aan de zuidzijde. Reeds aan het eind van de winter kunnen de houtblokken opgehangen worden om de eerste dieren van het jaar aan te trekken.
Zo nestelt de beschermde behangersbij in lange holtes in dood hout en in holle plantenstengels. Wanneer zij haar larven ter wereld brengt, snijdt ze met haar kaken ronde en ovale stukken van de kelkblaadjes van rozen, die zij gebruikt als bekleding voor de langwerpige gang, en tevens om de cellen voor de larven van elkaar te scheiden. Ze werkt vanaf de diepte van de gang telkens verder naar de uitgang, telkens met weer nieuwe stuifmeel voor haar larven en weer nieuwe stukjes rozenblad als afdichting tussen de cellen. (Er zijn ook soorten die geen stuifmeel maar andere insecten bij hun larven stoppen om als voedsel te dienen.) Wanneer de gang vol is, sluit ze deze ook weer af met rozenblaadjes. Andere soorten zoals de metselbij doen dat met zand, klei of steentjes.
Ook een simpele bundel bamboe- of rietstengels, aangebonden of in een oud conservenblik gestoken en opgehangen op een warme plek, is zeer geschikt voor deze insecten. Door de stengels respectievelijk voor of juist achter de knop af te knippen ontstaan er openingen aan de voorzijde, en gesloten achterzijden. Hier worden veelal stengels van vlier, roos of braam bijgestoken waarvan het merg dan als voedsel kan dienen.
Om bijvoorbeeld graafwesp en zandhommel aan te trekken die liever in een grondhol nestelen worden zand, leem en (mergel)stenen gecombineerd in bouwsels.
Vlinders
Vlinders die overwinteren zoeken graag beschutte plekjes zoals spleten in woningen en schuurtjes of tussen dubbele muren en in gevangen gebladerte. Ook zijn speciale vlinderkasten beschikbaar bij organisaties zoals de Vlinderstichting, voorzien van verticale spleten die als ingang dienen, rekening houdend met de gevoelige vleugels van de dieren.
Parasitaire insecten
Door gebruik te maken van insectenhotels zullen ook parasitaire insecten hier op af komen. Koekoeksbijen en sluipwespen zullen hun eitjes op die van de andere insecten leggen zodat deze op hun beurt als voedsel voor hun larven dienen.
Andere kruipers
Roofinsecten zijn welkom in tuinen omdat ze onder meer leven van luizen. Oorwormen kan een plek worden geboden in fruitbomen door terracotta bloempotjes, gevuld met een prop stro of houtwol, omgekeerd op te hangen. Voor lieveheersbeestjes zijn kistjes bruikbaar die veel kleine ruimtes bij elkaar bieden, zij overwinteren graag in groepen. Pissebedden hebben nut als afvalopruimer in de tuin, ze zoeken ruime spleten tussen gestapelde stenen om te nestelen of te schuilen.
Speciaal geconstrueerde insectenhotels vindt men in heemtuinen, ecologische tuinen en bij milieueducatiecentra en dergelijke. Naast een ecologisch- dienen ze vaak ook een educatief doel.